Saturday, September 20, 2008
Jetlag op 3400 m
vrienden,
ik schrijf kort, want ik heb een stevige jetlag en moet nog behoorlijk aanpassen aan de hoogte en het qwerty-toetsenbord.
Ik zit hier in een internetbar in een straat in Cusco die je uitspreekt als 'tsjikatsjaka', ik moest me al inhouden wanneer de mater familias van mijn gastgezin de weg uitlegde.. ben hier deze morgen toegekomen na een vermoeiende reis die begon in het gigantische, indrukwekkende Schiphol, wat een stad op zich blijkt te zijn en waar ik de nacht moest doorbrengen. Ondanks de ontelbare winkels, restaurants en cafes, ja zelfs massageruimtes, viplounges, een supermarkt, een meditatiezaal en een kapel, was het onmogelijk een aangename slaapplaats te vinden in de Amsterdamse luchthaven. Mijn vlucht zelf wist de bijzonder korte nacht echter grotendeels goed te maken. Na een stevig dutje en een verkwikkende service van het KLM-personeel, gezeten op een volledige rij in hun transatlantische boeing, kwam ik na twaalf uur toe in een deprimerend bewolkt Lima. Aldaar moest ik een prijs betalen voor mijn heerlijke vlucht en keek met lede ogen toe hoe de bagageband traag maar vastberaden tot stilstand kwam zonder een glimp van mijn groene lafuma. Na het obligate papierwerk werd ik opgewacht door Raffaël, een Peruaanse vriend van mijn thesispromotor, die al een uur vruchteloos had staan zwaaien met een papier met mijn naam op. Je zou je bijna belangrijk voelen wanneer je zo'n blad ziet omhoog gaan waar 'Thomas Ameel' op staat. Het verkeer van Lima zette me echter met beide voetjes terug op de grond en bevestigde elk cliché dat er bestaat over de Latijns-Amerikaanse rijstijl. Ik was dan ook meer dan blij dat ik naast een native driver zat die koelbloedig de chaos bemeesterde en net als iedereen zijn pinkers onberoerd liet. Raffaël en zijn vrouw Lennia ontvingen me in hun sympathieke appartement, waar op dat moment toevallig nog twee Leuvenaars logeerden (uit Heverlee), die juist met de fiets uit Noord-Amerika kwamen (Leuven is toch klein hé). Na het avondmaal, dat werd afgesloten met Pisco, trokken we naar Miraflores voor een bescheiden afscheidsdrankje. Mijn jetlag wist me in de auto stevige lappen te verkopen, maar terug in de buitenlucht hield ik het wonderwel uit tot drie uur, wanneer ik naar de luchthaven werd gebracht voor mijn vlucht naar Cusco om half zes. Op het vliegtuig viel ik als een blok in slaap en werd wakker door de schok van het landinggestel op het Cuscaanse tarmac. Wederom zwaaide er iemand met mijn naam wanneer ik buitenkwam (deze keer zelfs getypt). Guilhermo, de vader, bracht me naar zijn huis waar zijn vrouw Lies en hun drie kinderen me vriendelijk ontvingen. Op hun stuk grond wonen ook de moeder van Lies en haar nonkel, Juan. De rest wordt verhuurd aan een Hollandse reisleidster die in Cusco gestrand is, een Peruaanse archeoloog die Incaruïnes onderzoekt en passerende toeristen of Belgische vrijwilligers. Na het ontbijt zonderde ik mij beleefd af en sliep ongegeneerd tot het middagmaal. Wanneer ik nadien kort het stadje introk begon ik te hijgen bij elke trap van meer dan tien treden en enkele stappen later protesteerde zelfs mijn milt... ik kon niet ontkennen dat de hoogte me parten speelde. Op dit moment zit ik echt uitgeput op het stroeve qwerty-toetsenbord te duwen, het is zes uur in de namiddag en na deze zin kruip ik terug omhoog voor een volgend dutje, gelukkig giet Lies me vol met Cocathee, wat zou helpen tegen de hoogte.. alsof Cusco er lager van wordt.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment