Monday, January 5, 2009

Gezouten oneindigheid

Na onze gefaalde jungleplannen, die hun val in het water niet overleefd hadden, besloten we die andere bijzonderheid van Bolivië op te zoeken, helemaal in de andere uithoek van dit ingesloten land. In de uiterst zuidelijke provincie van Bolivië, Potosi, ligt de Salar de Uyuni, een immense zoutvlakte (12 500 km2) die bijna gelijk loopt met de Chileense grens. Deze witte eindeloosheid, op meer dan 3500 meter hoogte, is Bolivië's belangrijkste toeristische trekpleister en zelfs buiten het seizoen schoven voornamelijk travellers aan voor de nachtbus in de grote terminal in La Paz. De tocht bleek een helse rit te zijn, die eindigde over eindeloze kilometers ruwe zandweg die heel de bus deed trillen en alles wat los lag in het rond vibreerde, tot we aankwamen in het relatief kleine Uyuni. Via ons hostal in de Boliviaanse hoofdstad hadden we een erg goedkope touroperator kunnen boeken en ze stonden ons zowaar op te wachten, de foute uitspraak van onze namen konden we door de vingers zien. Marijke, Clair (een Iers meisje uit ons hostal) en ik zouden vergezeld worden door drie Brazilianen en twee uur later kwam ook onze laatste reisgezel toe in onze jeep. Orlando zou de komende drie dagen onze bestuurder, kok en gids zijn.
Slechts een van de Brazilianen sprak gebrekkig engels en ik zou mijn gehavende Portugees moeten aanspreken om als go between dienst te doen. Het Spaans van de laatste maanden had mijn Portugese kennis flinke klappen verkocht, maar passief bleek het zijn mannetje nog wel te staan. We laadden de rugzakken op het dak van onze Toyota en vertrokken richting einder..
Al gauw zagen we aan de horizon het vlakke landschap vervagen in luchtweerspiegelingen, zoals je op een warme zomerdag soms de lucht boven de snelweg ziet trillen. Orlando vertelde ons dat de zoutvlakte naderde, maar eerst moesten we nog een kort bezoek brengen aan Colchani, een dorpje van zoutwinners waar we verwacht werden onze kooplustige plicht te vervullen. Na dit korte intermezzo draaide Orlando de jeep resoluut 180 graden en we reden recht de Salar in. Op een afstand van ongeveer 15 meter ging de grond onder onze wielen over van bruin zand in spierwit zout en voor we het beseften keken we uit over een onmetelijke vlakte. De eerste minuten reden we voorzichtig door grote, ondiepe plassen achtergelaten door de eerste regens, maar even verder kwamen we op het smetteloos witte, keiharde zout, dat zich ononderbroken uitstrekte tot aan de verre horizon. We stapten uit en een poging om onze zonnebril af te zetten werd ongenadig afgestraft door de verblindende reflectie van de zon boven ons. Orlando vertelde ons dat de zoutvlakte ooit een gigantisch meer was, dat door de uitbarstende lava van een aangrenzende vulkaan werd drooggelegd en sindsdien als dikke zoutkorst is blijven verder bestaan, op sommige plaatsen tot 20 meter diep. De tegenstrijdigheid met Wikipedia's minder spectaculaire verklaring nemen we er graag bij.. je moet ook niet alles geloven wat er op het internet gezegd wordt.
We reden verder de witte wijdsheid in en al gauw waren we langs alle kanten omsingeld door de uitgestrekte zoutwoestijn. We passeerden enkele hotels, die volledig uit zoutblokken bleken opgetrokken en dienst deden als museum, en tegen de middag kwamen we aan op het Isla del Pescado. Aan dit rotseiland, in de vorm van een liggende vis, stonden reeds een stuk of 10 andere jeeps waarvan de bestuurders druk aan het koken waren. Ook Orlando kweet zich aardig van zijn taak en na onze lunch waagden we ons op de stenen oase. Midden in het zout en volledig overgroeid door grote cactussen tot 10 meter hoog is het de obligate halteplaats voor elke tour en tegen dat we terug bij onze jeep waren stonden er nog eens 25 extra geparkeerd, vergezeld van twee bussen. Na enkele perspectieffoto's, waar ook alle andere toeristen hun creativiteit op botvierden, stapten we terug in. Een uur later lieten we de zoutvlakte achter ons, die weer even snel en subtiel overging in bruine aarde, en nog een uur later kwamen we aan in ons eerste hostal, waar we al snel vergezeld werden door drie andere groepen.
De volgende morgen vertrokken we vroeg voor wat een lange dag zou worden in de auto, omringd door immer veranderende landschappen. We reden door eindeloze zandvlaktes, begrensd door bergen en vulkanen, stopten bij badende flamingo's in een groots meer, passeerden door een woestijn met surrealistisch geërodeerde rotsformaties waar Dali zich op liet inspireren en eindigden onze lange tocht in de vroege namiddag bij Laguna Colorada. Dit gigantische meer, grote stukken roodgekleurd door een bepaald soort algen, was ook nu weer een trekpleister voor flamingo's, die in hun onverstoordheid de indruk gaven alsof ze daar altijd al geweest waren en ook voorgoed zouden blijven.. ondanks de zwermen toeristen die samen met ons geland waren.. De woeste natuur van het grillig gekleurde meer was hoe dan ook indrukwekkend genoeg om zijn vervelende populariteit te compenseren.
De tweede en laatste morgen begon pijnlijk vroeg, omdat we geisers zouden passeren, die actiever zijn in de ochtendkoude.. en blijkbaar ook meer zwavelstank produceren. Na deze warme luchtspuwers, met bij wijlen monsterlijke allures, wachtte ons een warmwaterbron waar we zouden ontbijten en een bad konden nemen... ..zo hadden echter ook 35 andere groepen erover gedacht en de overrompeling ontnam ons de behoefte proper te zijn. Met drie besloten we na het ontbijt bij het warmwaterbad te blijven, terwijl de drie Brazilianen graag een bocht van twee uur wilden maken langs Laguna Verde, dat volgens Orlando toch niet groen zou zijn wegens te weinig wind voor de kleurende mineralen. Voor ons begonnen twee heerlijk relaxte uren, alle andere jeeps reden immers ook langs het groene meer en wanneer we een half uur later de ontbijtzaal uitstapten was het bad leeg.. We namen een veel te lange duik, Marijke werd lichtjes onwel van de aanhoudende warmte, en kuierden wat rond het aangrenzende meer. Dat even later de Brazilianen foto's van het helemaal groene meer toonden deed niets af aan de twee weldadige uren rust die we juist hadden gehad. We kropen terug op onze plaatsen in de auto voor zes uur dirtroad tot in Uyuni, met enkel de lunch als pauze.. ik was zowaar blij dat ik na een paar uur mijn boek uit mijn rugzak opdiepte op het dak en de landschappen even links en rechts kon laten liggen..
De zoutvlakte was adembenemend, de woestijnlandschappen desolaat en de meren prachtig, maar de vele uren in de Toyota begonnen door te wegen. Soms maakten de vergezichten je stil, was de weidse oneindigheid verstommend en leek het alsof elk moment een dinosaurus zijn plek zou opeisen binnen het prehistorische decor van de onwrikbare valleien, ...maar de drukte stoorde. Het dierentuintoerisme, waarbij je omringd wordt door hordes toeristen en iedereen op dezelfde plaats stopt om dezelfde bijzonderheid te bekijken en dezelfde foto te nemen kwam op het einde danig de strot uit. Ik ben uiteraard zelf ook een toerist en wil niet doen alsof ik enkel de exclusiviteit opzoek, maar de gringotrail door Latijns-Amerika is me soms wat te bekend en het is zoeken naar andere routes die minder overwoekerd zijn.. ..wie mooi wilt zijn moet pijn lijden en ook ernaar kijken vraagt blijkbaar soms heel wat doorzettingsvermogen..

de film is beter dan het boek - Salar de Uyuni

No comments: