Sunday, December 7, 2008

In het spoor van de norse ezelgids

Peru's toeristische mogelijkheden zijn vaak van het meer avontuurlijke soort en in de buurt van Cusco kan je ontelbare trektochten doen naar oude Incaruïnes. De mythische Machu Picchu hadden we al beklommen en had niet kunnen voldoen aan mijn legendarische verwachtingen. Er was echter nog een andere incastad in de buurt, die zo mogelijk nog fabelachtiger was, maar dan vooral omwille van de schijnbaar moordende tocht die je tot aan zijn overblijfselen bracht. Om deze oude stad te bereiken moest je tot op 3300 meter geraken en voorlopig kon dit enkel te voet, de site was ook nog maar acht jaar geopend voor publiek en moest nog voor 65% verder worden opgegraven en schoongemaakt. Mijn twee huisgenoten, Rein en Marlisa, Dorien en ik, hadden het plan opgevat om de tocht naar deze "Wieg van Goud" zelf te organiseren, moe als we waren van de dure prijzen van de reisagentschappen, waarvan je nooit zeker kon zijn of het wel in orde was. Een leraar van de Spaanse school, Danny, had ons vier weken voordien ingewijd in de geheimen van de trek en zijn inside information zou ons de goedkoopste en minst toeristische weg wijzen.
Op een donderdagnamiddag vertrokken we, uren later dan we gehoopt hadden, naar het dorpje Ramal. We hadden de buschauffeur verwittigd dat we niet helemaal wilden meerijden tot in Abancay en na drie en half uur stopte hij ergens in the middle of nowhere en werden we naar voren gewenkt. We waren de enigsten die afstapten en na onze pakken uit te laden reed de bus door.. daar stonden we, half tien 's avonds, in het pikdonker, op een of andere kruising met vijf slapende huizen rondom ons. In dit gehucht zouden we volgens Danny's uitleg een taxi moeten nemen naar Cachora, waar we zouden beginnen met onze dodentocht. Ik zag nergens licht branden en klopte aan bij de eerste de beste deur.. geen gehoor. Aan de overkant van de weg bleek toch een huis te zijn waar iets een zwak schijnsel wist te verspreiden en ik waagde daar mijn kans. Ook hier waren mijn eerste pogingen tevergeefs, maar na wat luider kloppen kreeg ik antwoord van een slaperige stem. Er verscheen een jonge man in het deurgat, die bereid was ons naar Cachora te brengen.. maar niet vanavond. Het was te laat, hij wou niet meer helemaal alleen terugkeren en we zouden wel bij hem kunnen blijven slapen. Wij wilden echter absoluut diezelfde dag nog in Cachora aankomen, maar na enkele vruchteloze onderhandelingspogingen en foutieve informatie van de plaatselijke dronkaard bleek er weinig keuze te zijn.. we zouden de nacht moeten doorbrengen in dit slapende dorpje. Onze toekomstige chauffeur wees ons een kamertje toe dat voor de helft volgestapeld stond met rommel, waarin hij met behulp van een groot karton juist genoeg plaats had vrij gemaakt voor ons vier. We kropen in onze gehuurde slaapzakken en dicht tegen elkaar begonnen we aan een korte, koude nacht.
De volgende morgen om 6u bracht onze gastheer ons 45 minuten verder naar Cachora, een iets groter dorp, dat nietig aan het ontwaken was in een dal, overheersd door het overweldigende zicht van een onverzettelijk, besneeuwd bergmassief. We zouden hier ezels moeten huren om ons materiaal te dragen en onze taxichauffeur zei dat hij ons daar wel bij kon helpen. Hij bracht ons naar een vrouw, waar hij vermoedelijk een of andere regeling mee had, en voor 45 soles per dag (11€) konden we een ezel en een begeleider meekrijgen. We gingen onbijten en bij onze terugkeer was ook de ezelgids aangekomen. Hij zag dat Rein, Marlisa en ik zelf onze lichtgevulde trekrugzak zouden dragen en dit bleek hem zorgen te baren. Hij waarschuwde ons dat de tocht bijzonder zwaar zou worden en aangezien we eten voor vier dagen meehadden zou de ezel geen extra last kunnen dragen als iemand van ons het moeilijk kreeg. Hij raadde ons met klem aan nog een lastdier te huren en na wat overleggen volgden we zijn ervaring en namen voor 20 soles (5€) nog een paard mee.
Omstreeks half tien 's morgens vertrokken we dan eindelijk, met de adembenemende sneeuwtoppen voor ons, in het spoor van onze lastdieren en hun begeleider, die ons al na enkele meters achter zich hadden gelaten. De eerste kilometers waren best aangenaam en we voelden de weinige uren slaap niet. We volgden een redelijk breed pad en per kilometer stond er een paal om ons op de hoogte te houden van de afstand die we al hadden afgelegd. Bij de twaalfde kwamen we aan het eerste vergezicht op 3000 meter hoogte en konden we zowaar in de verte ons einddoel al zien. Daar lagen ze, de ruïnes, boven op de kam van een beboste berg, aan de overkant van het dal, met de schuimende, bruine Apurimac tussen ons in. We zouden eerst nog de berg moeten afdalen waar we opstonden tot 1800 m, de rivier moeten oversteken en een hallucinant pad omhoog moeten nemen dat we van hier konden zien zigzaggen over de bergflank, maar de vergane incastad zouden we bijna voortdurend kunnen blijven zien..
Veel tijd om te meimeren was er niet, want onze gids bleek haast te hebben. We begonnen aan een kilometers lange afdaling tot aan de eerste camping die we tegenkwamen. Onze gids was er uiteraard al, klaagde wat over het tempo van Dorien en maande ons aan niet te lang te pauzeren, waarna hij zwijgzaam, op de grond gezeten wachtte. Na een snelle lunch namen we het laatste pad tot aan de rivier, waar een houten brug ons naar het eerste stuk van de gevreesde beklimming zou brengen. Danny had ons al gewaarschuwd voor het surrealistische aspect van de klim, maar ik was er vrij gerust op.. overmoed zo bleek. Ik geraakte onmiddellijk achterop en na twee bochten moest ik hijgend pauze nemen op een lang stuk. De weg was onmenselijk steil en de kracht was weg uit mijn benen, ik zette mijn rugzak op de grond en nadat ik terug gewoon adem kon halen probeerde ik energie te putten uit een snickers. Mijn medelijders waren ver voor en ik zag niemand meer, ik nam rustig mijn pauze, maar had het moeilijk. Ik snoerde mijn rugzak weer vast en begon met nieuwe moed.. tot aan de volgende bocht. De hoogte was moordend, het steile grindpad dodelijk en de twee korte nachten voordien fataal. Het zoeken naar een ritme leverde niets op en mijn reserve aan karakter dat ik nog overhad slonk stap voor stap.. samen met mijn trekkersego. Doorgaan bleek de enigste optie, maar het beeld van de gids die terugkeerde met zijn ezels om me te helpen flitste heimelijk door mijn hoofd. Ik wou niet opgeven, maar alleen, in het schemerdonker, zonder het doel in zicht, leeg en moe... tot ik Dorien mijn naam hoorde roepen.. ze waren aan het pauzeren en het leek niet ver te zijn.. ik riep terug dat ze moesten wachten. Bij het bereiken van de twee meisjes wierp ik mijn rugzak af en stortte mijn vermoeide hart uit.. zelden had ik zo'n zware klim gedaan, ik was op. Na een stevige pauze nam Dorien me op sleeptouw, zigzaggend over de helling werd het donker en we haalden de koplampen boven, we bleven afzien en ik bleef vruchteloos zoeken naar een ritme, bocht na bocht, zonder een zicht op de camping, het witte licht van mijn lamp volgend... tot ik even verderop dezelfde lichtjes zag bewegen en een bord 'Santa Rosa' kon lezen.. onze campingplaats. Zelden was ik zo blij geweest een naamplaats te lezen, we stapten de laatste meters tot aan de welverdiende bamboebank, met zicht op onze metgezellen die aan de tent bezig waren. De eigenaar van de camping, mankend met een wandelstok, grinnikte onophoudelijk bij het zien van onze afgematte gezichten... Na een douche, afgetapt van de rivier, kwam de welverdiende pasta en een weinig later ritsten we onze slaapzak dicht voor een iets langere, warmere en zo verdiende nacht.
De volgende morgen, die later begon dan onze gids gehoopt had, moesten we nog vier kilometer afwerken van de helse beklimming waarop ik de avond voordien mezelf was tegengekomen. Dit laatste stuk was zo mogelijk nog zwaarder, maar onze moraal was heel wat sterker, al gauw vond ik m'n ritme en wisten we de berg te overwinnen. Tegen de middag bereikten we Marampai, onze volgende camping, vanwaar we terug het vertrouwde zicht hadden op de indrukwekkende locatie van ons einddoel. Onze gids was zoals steeds lang voor ons aangekomen en het leek er steeds meer op dat hij enkel contact wilde met de lastdieren die hij begeleidde, ons kon hij enkel aanmanen sneller te gaan en zijn job bleek voor hem al lang zijn charmes verloren te zijn. Desondanks had hij beloofd ons te zullen gidsen eenmaal we in de ruïnes zelf waren en we hoopten dat hij daar zijn reputatie alsnog zou bijspijkeren.. We zetten de tenten op, aten en vertrokken naar de vergane incastad, die nog vier glooiende kilometers voor ons lag.. een makkie..

de film is beter dan het boek - Choquekiraw

No comments: